Auto’s en dieren. Kunnen we de wegen veiliger maken voor dieren?

Dieren verplaatsen zich vaak door op wild paden te lopen. Deze paden, ook  wissels genoemd, vormen vaak een vaste verbinding tussen foerageer- en rustgebieden en drinkplaatsen. Ze hebben minder obstakels en het lopen gaat spoediger. Onze soort verplaatst zich ook via wissels, meestal in een voertuig. Mensen zijn super efficiënt en hebben alle obstakels uit de wissels verwijderd en bedekt met een laag asfalt. Het land bevat een groot netwerk van wissels van asfalt waarop de voertuigen rijden. Deze wissels die we ook wel wegen noemen is een van de vele overeenkomsten die de autowereld met de dierenwereld deelt.

 

dsc02348

img_20130428_165350            img_20130428_165448

 

 

Hierboven 3 soorten wissels: wildpad, snelweg oftewel auto’s-wissel en het treinspoor.

Het materiaal is anders, maar het doel is hetzelfde. Van A naar B gaan, makkelijk een snel. Onderweg kunnen dieren even uit de wissel gaan om te foerageren, auto’s “foerageren” bij de benzine pomp.

Sociaal gedrag

De dierenwereld kent een piramidestelsel. Aan de top van de piramide zitten de top predatoren.  Afhankelijk van het land zijn er verschillende voorbeelden van terrestrische top predatoren, in het Aziatische continent de tijger, in Afrika de leeuw, in Zuid-America de jaguar, in Noord-Amerika de grizzlybeer en in Europa de wolf. Vogels en vissen kennen ook een dergelijke piramide. Een algemene eigenschap van de top predatoren is hun geringe aantal ten opzichte van de prooidieren. Op de (snel)weg zie we een vergelijkbare verhouding tussen de verschillende auto’s. De agressief-ogende modellen van Ferrari, Lamborghini of Porsche zijn veel zeldzamer dan de middenklassen van de merken Opel, Fiat of Volkswagen. De reden hiervan is dat de supersportwagens veel meer energie nodig hebben (geld) dan de middenklassers. De tijger heeft een enorm territorium nodig om aan zijn energiebehoefte te kunnen voldoen (vlees).

Op de snelweg klinkt het geluid van een Lamborghini net zo indrukwekkend als het gebrul van een leeuw. Wie in een Fiat panda rijdt en een snelle Ferrari op de achter spiegel ziet aankomen gaat waarschijnlijk gelijk opzij om aan de bolide vrij baan te geven. Dit is niets anders dan vluchtgedrag, net als wat een ree doet als hij een wolf ziet. Vogels die alarm slaan zoals de gaai of de notenkraker schreeuwen net zo hard als het kan, sirenes van de hulpdiensten doen dat ook.

Auto’s vertonen net als dieren kuddegedrag. Ze staan vaak in de file, vooral bij steden waar veel voedsel te halen is in vorm van werk of winkels. Grote kuddes verplaatsen zich in grote aantallen om op sappige, rijke graslanden te foerageren. Zelfs paring is niet vreemd aan auto’s, denk maar aan de trekhaak…..

Ontwerp

Op het eerst gezicht lijkt een auto niet echt op een zoogdier, maar het is in grove lijnen hetzelfde concept.

 

 

giulia

lupo-1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de twee afbeeldingen boven, zie we een Alfa Romeo en een Wolf, allebei top predatoren. De overeenkomsten:
  • Auto: binnenruimte, besturing.                                                 Wolf: voorhoofd, hersenen.
  • Auto: buitenspiegels, zicht naar achter.                                   Wolf: oren, waarnemen van geluidsignalen.
  • Auto: koplampen, zicht naar voren.                                          Wolf: ogen, zicht naar voren.
  • Auto: midden grille met logo, om lucht binnen halen           Wolf: neus om te ademen
  • Auto: grille laag, om lucht binnen halen                                   Wolf: mond om te eten

Het benutten van de ruimte door de verschillende onderdelen is in beide objecten hetzelfde.

De zijkant toont eveneens gelijkenissen.

 

images-5

download

 

 

 

 

 

 

 

 

Hierboven twee jaguars, de auto en het dier.

Een sportwagen is net een jagend roofdier, laag tegen de grond, agressieve houding. Klaar om te springen!

De achterkant van een wagen heeft op het eerste gezicht geen gelijkenis met een dier. Achterlampen, staart, ze lijken echt niet op elkaar. Maar beide hebben dezelfde functie, signalen afgeven.

Constructie

Het chassis van de auto kunnen we vergelijken met het skelet van een dier, de carrosserie met de huid. Dieren hebben spieren die ze kunnen inspannen en ontspannen om in beweging te komen, auto’s hebben rubberen banden. De elektrische bedrading kunnen we met het zenuwstelsel vergelijken. Auto’s hebben zelfs darmen: de uitlaat.  En de motor is een samenwerking van verschillende onderdelen die met de organen van een dier zijn te vergelijken.

 

Ogen en autolampen

We hebben al die overeenkomsten gezien, maar de belangrijkste is de positie van de koplampen/ogen. Dit bepaalt of de auto een roofdier is of een prooidier. It is in the eyes!

Planteneters hebben horizontale pupillen en hun ogen zitten veelal aan de zijkant van het hoofd. Dit verbreedt hun zichtveld en geeft hun de mogelijkheid om op tijd de roofdieren te kunnen zien. De rovers, in tegendeel, hebben ronde of verticale pupillen en ogen aan de voorkant van het hoofd. Ze moeten zich focussen op de prooi.

 

 

say-goodbye-to-the-iberian-lynx
Iberische lynx, de ogen zitten aan de voorkant, de pupillen zijn rond.
dsc02330
Planteneters zoals deze bok hebben ogen aan de zijkant, en horizontale pupillen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De meeste auto hebben eveneens de lampen aan de voorkant, omdat ze de weg moeten belichten. Hiermee kunnen we concluderen dat auto’s roofdieren zijn. Zelfs een fiat panda. En ze maken veel slachtoffers!

 

Natuurinclusief bouwen

Dagelijks worden veel dieren verpletterd omdat ze zich op de wissel van het “roofdier van staal” wagen (zie mijn vorige blog over wegbermen.

De overheden beseffen dat de biodiversiteit met grote sprongen achteruit gaat, mede door de vele verkeersslachtoffers. Er worden dus dure maatregelen genomen. Een goed voorbeeld hiervan is de verbreding van de A 12 die op de Veluwe dwars door een Natura 2000-gebied loopt. Hier zijn door een samenwerking tussen overheden, bouwers en ecologen de nieuwste en meest efficiënte bouwtechnieken toegepast. Dit om verkeersslachtoffers te voorkomen en toch een gezonde en veilige mobiliteit aan dieren te kunnen garanderen.             Boommarterbruggen, dassentunnels, faunapassages, reptielencorridors en boomwegen voor vleermuizen zijn enkele voorbeelden van dit “Natuurinclusief bouwen” . Behalve het feit dat door deze projecten de verkeersslachtoffers zullen verminderen, is er een andere positieve bijkomstigheid het feit dat hierdoor de kennis over het leefgebied van dieren verbeterd wordt. Echter, door de hoge kosten van aanleg en onderhoud zijn deze maatregelen niet op grote schaal toepasbaar, zodat de meeste wegen onveilig zullen blijven voor dieren. De efficiëntie van andere goedkopere maatregelen zoals de wildspiegels is wetenschappelijk niet aangetoond.

Autofabrikanten

Natuurbeschermers, wegenbouwers en overheden slaan dus de handen ineen om het dierenleed op de weg zoveel mogelijk te beperken, met wisselende resultaten. Maar waar zijn de makers van dit dodelijke voertuig? Autofabrikanten zijn verwikkeld in een duurzaamheidsrace om hun groene imago op te poetsen. De ontwikkeling van mindere vervuilende auto’s heeft grote sprongen gemaakt, maar het dierenleed op de weg dat door auto’s is veroorzaakt staat kennelijk niet in hun agenda.

1343919803red_fox_multiple_roadkill_nainital_001
De autoweg is een soort “Russisch roulette” voor dieren.
badger_roadkill_wxbody
Die heel vaak slecht afloop voor ze.

 

 

 

 

 

 

 

 

Auto’s tonen in hun ontwerp nogal gelijkenissen met dieren.  Dit is veelal een onbewust imitatie-proces geweest, geleid door het feit dat het ontwerp van het dier erg efficiënt is. Wat dan als ontwerpers hiermee bewust van worden en auto’s doelmatig ontworpen worden dat ze dieren kunnen afschrikken.  De koplampen bijvoorbeeld, ze zijn ‘zielloos”. Ze zien eruit als “zombies eyes”  die met hun felle licht dieren verblinden. De gevolgen hiervan zijn dagelijks op de weg te zien.  Zou dit ook gebeuren als we de autolampen een roofdier-ogen uiterlijk geven, Met ronde pupillen bijvoorbeeld?  In de natuur worden vaak kleurpatronen gebruikt om vijanden af te schrikken. Zweefvliegen bijvoorbeeld die hun vijanden afschrikken met een wespen-pak. Of vlinders zoals de dagpauwoog, haar vleugels imiteren de ogen van een uil. Vermoedelijk omdat ze in boomholtes of donkere schuren overwinteren, en een hongerig specht gaat de confrontatie met een uil niet graag aan.

Auto’s ontwerpers kunnen  in hun product enkele aanpassingen toe voegen dat het dierenleed op de weg zou kunnen verminderen. “Snufjes” die aan kunnen gaan met een soort “Save animals” knop.

Tot slot

Utopische gedachten? Misschien, maar het is naar mijn mening de moeite waard om de actuele ecologische kennis en de enorme technische mogelijkheden van de autobouwers hierin te zetten. Om van een nep roofdier een echt roofdier te maken, althans, door de ogen van een ree.

 

 

 

 

 

Geef een reactie