De Audiberm 2


Hè? ik val zowat van mij fiets af, zoveel paddenstoelen bij elkaar heb ik in Leeuwarden zelden gezien! Ik ben moe van een dag werken en een training en moet nog 20 minuten fietsen naar het station, anders mis ik de trein, maar ik móet stoppen…

Er zijn twee bermen met daartussen een fietspad. Op de berm naast de sloot groeien drie iepen, een schietwilg en een grauwe abeel. De eerste paddenstoel die opvalt is de stoere harde populierboleet, trouwe vriend van de grauwe abeel op de kleigronden. Naast hem de veel kleinere gele knolvezelkop, gele hoed en witte steel met een knolletje aan de basis. Onder dezelfde boom zie je wel vaker de gegordelde gordijnwam, een super mooie zwam die hier ook staat met een stuk of 10 exemplaren. Een steenrood balletje op de grond… wat is dat? Ik kijk om mij heen en zie een andere boleet, hij lijkt op de berkenboleet maar heeft een rossige hoed, bingo! De rossige populierboleet, een van de mooiste ontwerpen van moeder aarde. Het rode balletje was gewoon een baby.

De familie russula’s ontbreekt hier natuurlijk niet, de wilgenrussula bijvoorbeeld, paarsrood met oranje tinten, mycorrhiza van de wilg. Russula’s staan bekend als een lastige familie om te determineren. Hier groeit ook zo eentje… een middelgrote russula, lila-roze met verkleuring naar groen en bruinoranje, de smaak scherp. Deze heeft mij dagen bezig gehouden en ik kwam er toch niet uit. Het lijkt wel op de bonte berkenrussula, maar hier geen berken te bekennen! Het boek “Funghi d’Italia” kwam met de oplossing: Russula pelargonia oftewel geraniumrussula, als je hem ruikt snapt je de naam meteen… Hij is mycorrhiza van de populier en volgens de verspreidingsatlas vrij zeldzaam in Nederland. Niet kieskeurig wat betreft partner is de zilvergrijze ridderzwam, je kunt hem in groten getale onder de eik vinden, maar ook onder de populier, haagbeuk en hazelaar. Hier heeft hij een relatie met de grauwe abeel. De berm heeft nog veel meer te bieden, de grote bruinoranje vruchtlichamen van de vaaggegordelde melkzwam. Sommigen hebben een verdieping in het midden waarin water blijft staan, handig voor dorstige dieren… Kleine witte stippen over het veld, onmisbaar, de witte satijnvezelkop, de albino broer van de lila satijnvezelkop. Alle genoemde paddenstoelen zijn ectomychorrhiza soorten en hebben hier een samenwerking met de grauwe abeel en met de schietwilg. De iepen zijn buitengesloten omdat ze een symbiose met endomychorriza aangaan, net zo fijn voor de boom, maar ze vertonen geen bovengrondse vruchtlichamen.

Tot hier de bomenvrienden dus, maar dit is een verrassende berm en er groeien ook grasland-paddenstoelen, in groten getale! De wasplaten bijvoorbeeld, ze zijn net een groep vriendinnen die strijden om wie de mooiste is. Het papegaaizwammetje bijvoorbeeld is niet groot, de hoed is 0,5 tot 4 cm, maar valt meteen op met zijn kleurenpalet van groen, geel, blauw en soms roze. De elfenwasplaat heeft dezelfde afmeting, maar is helder oker-geel, dan het felrood-oranje gewone vuurzwammetje en de zwart wordende wasplaat. De laatste heeft een hoed als die van een kabouter en is oranje in zijn jonge dagen, maar met de leeftijd wordt hij steeds rouwiger tot dat hij helemaal zwart wordt. Zijn tegenpool is het sneeuwzwammetje, van maagdelijke en pure schoonheid, glazig wit met soms een vleugje crème. Je hebt ook het gothic type, de zwartsnedesatijnzwam, hoed bruin, donkerblauw of zwart en lamellen met een donkere snede. Natuurlijk ontbreken de mycena’s ook niet, hier met een paar soorten, de groene mycena en vermoedelijk de bruinsnedemycena, maar dat is onzeker omdat ik geen foto van de lamellen heb. Solitair tussen alle plaatjeszwammen is de afgeplatte stuifzwam en last but not least, de kleinste van allemaal, het oranje mosklokje, een piepklein zwammetje die toch erg opvalt tussen het groene mos. Oeps, vergeet ik toch eentje, ik noem hem Pippi langkous zwammetje, een kleine blonde paddenstoel met een ringentje hoog op de steel, daaronder een soort korrelige kous. Zijn officiele naam is okergele korrelhoed.

Hoe kan het dat op een industrieterrein en naast een drukke weg zo’n fantastische paddenstoelenberm bestaat? De bodem is vrij zanderig en kent geen recente verstoring, dan hebben de zwamvlokken alle tijd gehad om zich onder de grond te ontwikkelen. Er wonen geen mensen in de buurt en dat betekent weinig (helaas hier ook) hondenpoep. Vooral de wasplaten houden niet van bemesting. Belangrijk is ook het beheer, het maaisel wordt hier afgevoerd, dan is het verschralingseffect heel gunstig voor de zwammen.

Wilde paddenstoelen kunnen veel vertellen over de biotoop waar ze groeien. Anders dan planten kunnen we ze niet inzaaien of planten. Ze groeien alleen waar ze het helemaal naar hun zin hebben. Echte wilde wezens!


Geef een reactie

2 gedachten over “De Audiberm