De bestuiving van bomen en struiken


Elke lente geniet ik van de bloesem in mijn achtertuin. Het begint met de appelboom, wit, dan volgt de uitbundige bloei van de vogelkers, ook wit, daarna is de lijsterbes aan de beurt, die met zijn geurende crème-wit bloemen talloze insecten aantrekt. De witte schermen van de Gelderse roos verschijnen als de lijsterbesbloei zijn glans heeft verloren en als laatste de exoot veelbloemige roos, eveneens wit. Terwijl ik zit te schrijven en bijen druk bezig zijn om hun boodschappen te doen op de roos, zit de wilde liguster met dichte bloemknoppen, te wachten tot de roos klaar is met haar bloei.
Het is net alsof ze met elkaar afgesproken hebben om niet op dezelfde tijd te bloeien…gekke gedachte natuurlijk, of niet?  Planten kunnen heel goed met elkaar communiceren, via wortels of door stoffen naar elkaar te sturen via de lucht.
En dat is niet voor niets, het elkaar opvolgen en niet beconcurreren in de bloei heeft voor de planten zijn voordelen.

 

De rijkelijke bloei van de vogelkers. Door het koude weer heeft er nauwelijks bestuiving plaatsgevonden. De stengels waar de bessen zouden moeten staan zijn leeg. Het risico van de voorjaarsbloei!

De lijsterbes is een graag geziene boom in mijn tuin, niet alleen door insecten. De bloemen zijn mooi en de geur is overweldigend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijen

De bestuiving gebeurt in grote mate door bijen, die aangetrokken worden door de vorm, de geur en de kleur van de bloemen.
Van de 357 soorten bijen die in Nederland voorkomen kunnen we grofweg twee groepen maken: de generalisten, die niet zo kieskeurig zijn wat betreft soort, en de specialisten die op een soort of/en op planten van dezelfde familie foerageren.

 

De veelbloemige roos (Rosa multiflora) is de exoot van de reeks struiken in mijn tuin. Jaren geleden aangeplant in de veronderstelling dat een wilde roos was. Afkomstig uit Azië, deze soort is een aantrekkelijke struik voor bijen. Opmerkelijk is het feit dat deze soort in de ochtend een sterke geur verspreidt waar heel veel insecten er op af komen, in de middag is het feest over, geen geur en geen insect!

Aardhommel op de bloem van de egelantier rose (Rosa rubiginosa), Daarnaast een oude rozengal veroorzaakt door een graafwesp.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als de dag begint, heeft de bij een doel: zoveel mogelijk stuifmeel en nectar verzamelen om de larven en zichzelf te voeden, maar dan met zo min mogelijk energieverspilling. Op het moment dat een bij een bron van voedsel heeft gevonden, een bloeiende soort dus, blijf ze trouw aan die soort tot dat er niets meer te halen valt. Het zijn eigenlijk net mensen die vaak trouw zijn aan hun winkel. Dit gedrag wordt ook bloemfixatie genoemd. Dit heeft voor de bij het voordeel dat ze niet hoeft te zoeken en kan gericht op haar doel af gaan, want het bloeiseizoen is kort en je zit ook met de grimmen van het weer. De planten krijgen op hun beurt stuifmeel van eigen soort en zijn dus verzekerd van bestuiving.

Bloemkleur

Waarom dan wit, en niet rood bijvoorbeeld, je zou denken dat rood aantrekkelijker is voor insecten.
Maar bijen kunnen de kleur rood helemaal niet zien, ze zien dat als zwart. Dit verklaart waarom er zo weinig rode bloemen zijn in onze flora. De klaproos is wel rood maar heeft ook ultraviolette kleur, en die wordt wel door bijen gezien.
Volgens onderzoekers kunnen bijen in een spectrum van 4 kleuren zien:

  • Geel (oranje, groengeel)
  • Blauwgroen
  • Blauw
  • Ultraviolet

Wit absorbeert de ultraviolette straling, de witte bloemen in mijn tuin worden dan door bijen als blauw of blauwgroen gezien.

Het voedselschap van de bijen. Helmknoppen en in het midden de stamper van de bloem van de egelantier (Rosa rubiginosa).


De bosanemoon, gezien door onze ogen, en door de ogen van de bij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inheemse bomen en struiken

Onze omgeving is sterk veranderd door menselijke activiteiten, maar dat is historisch gezien een hele jonge ontwikkeling. De bomen en struiken die van nature in onze contreien groeien hebben hun evolutie in een grotendeels natuurlijke omgeving doorgebracht. De interactie tussen de soorten heeft door duizenden jaren een gemeenschap gemodelleerd die optimaal gebruik maakt van de omgeving en van elkaar.

Bomen-  en struikenstudie

In deze tabel Bomen en struiken studie  heb ik alle in Nederland inheemse bomen en struiken bij elkaar gebracht, met uitzondering van de vele soorten bramen en enkele hybriden en ondersoorten van rozen.
De aanduiding windbloeier en insectenbloeier is niet uitsluitend. Het verschil is dat de stuifmeel van windbloeiers licht en droog is om makkelijk weg te kunnen waaien (denk maar aan de hazelaar), terwijl de stuifmeel van insectenbloeiers kleverig is om te kunnen kleven aan insecten. Maar sommige insecten bezoeken eveneens de windbloeiers, zoals de zeer zeldzame eikenzandbij (Andrena ferox)die op zomereik foerageert.
Wat zegt de tabel eigenlijk? Er zijn een paar gegevens die opvallen:

  • De meeste bomen van de eerste laag, dus de hogere bomen zijn windbloeiers, door wind bestoven dus. Ze bloeien voor of tegelijk met het uitkomen van de bladeren, dan heeft de wind meer spelruimte in het bos. Lindes zijn wel insectenbloeiers maar bloeien later in het jaar, als de andere struiken uitgebloeid zijn.
  • Veel van de struiken van de tweede laag bloeien wit en volgen elkaar op in de bloeitijd. Wit absorbeert ultraviolette straling, in de schaduw of halfschaduw van het bos is dat mogelijk een voordeel.
  • Struiken van de vierde laag, ericacee, vaccinium en genista soorten bloeien geel of paars. Deze planten groeien op schralere, open bossen of in een open veld waar veel zon binnendringt. Geel wordt dus door bijen goed gezien in de zon. Paars is een menging van rood een blauw, omdat bijen geen rood kunnen waarnemen zien ze paars als blauw.
  • Wilgen worden door bijen bestoven, maar ze hebben een windbloeier-vorm: geen kroonbladen en onopvallende kleur. Wilgen bloeien heel vroeg in het jaar, dus hebben weinig last van de concurrentie van andere, “knappere” struiken, maar met het nadeel dat in de periode waarin ze bloeien het nog heel koud kan zijn. Dit zou de vorm kunnen verklaren, want wilgen kunnen eveneens door de wind bestoven worden.
  • Bij de bessen is rood heel populair, in tegenstelling tot de insecten, kunnen vogels heel goed de kleur rood zien en eten graag rode bessen. Op deze manier gebruikt de plant de vogels als zadenstrooiers.
  • Veel van de bessen en vruchten zijn ook voor mensen eetbaar, leuk voor de permaculturisten en voedselbossers….

Deze tabel geeft een overzicht van de inheemse soorten bomen en struiken, maar dat wil niet zeggen dat ze allemaal samen groeien in de natuur. Het inzoomen op plantengemeenschappen niveau zou een beter zicht kunnen geven op de interacties tussen de verschillende lagen en soorten.

Tot slot

Er is nog weinig bekend over de interacties tussen de verschillende soorten planten en de fauna daaromheen. Maar het besef dat het niet een chaotische samenstelling van wezen is, maar een gemeenschap waar de verschillende soorten op elkaar afgestemd zijn en samen als één organisme functioneren is aan het groeien. In ieder geval bij mij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie