Familie Friesland-Campina


De nieuwe boerenfamilie

s’Winters zijn de ganzen in het nieuws omdat er te veel zijn, in het voorjaar zijn de grutto’s in het nieuws omdat er te weinig van zijn.

Het zou wel  toevallig zijn, maar ik denk meteen aan een ander hoofdpijndossier van nu, overgewicht. De lompe, vette gans is in het huidige landschap in het voordeel ten opzichte van de slanke grutto, maar dit even terzijde….

De ganzen vliegen s’winters in grote aantallen naar de sappige weilanden. Daar hebben ze veel eiwitrijke grassen, die eigenlijk besteed waren voor de melkfabriekjes op 4 poten. De ganzen hebben in de uitgestrekte weilanden weinig te vrezen want de mens heeft (bijna) alle roofdieren uitgeroeid. Het succes van de efficiënte landbouw heeft zijn keerzijde laten zien. De kruidenrijke graslanden van vroeger, ideaal voor de weidevogels, hebben plaatsgemaakt voor de eiwitrijke raaigraslanden, ideaal voor ganzen.

Dat is niet vreemd. Sinds de uitvinding van de landbouw, 20000 duizend jaar geleden in de vruchtbare halve maan (ergens tussen het huidige Syrië en Irak) Is er een constante evolutie geweest. De landbouw heeft namelijk één doel: voedsel produceren.

Het overschot aan voedsel heeft het mogelijk gemaakt dat een deel van de bevolking zich bezig kon houden met studie, ontwikkelen van techniek en religie. Dit heeft de beschaving heel ver gebracht. Onze kennis hebben we te danken aan de boeren, die met hun werk ons voedsel produceren. Zonder efficiënte landbouw, moesten we in plaats van studeren, vakantie vieren, in de bossen wandelen of met zeilboot dobberen, met onze kromme rug de zware grond bewerken om het brood op de plank te brengen.

Deze landbouw heeft ons rijk gemaakt, maar heeft de natuur zo arm gemaakt dat iedereen het doorheeft dat de prijs te hoog is, want op deze koers zullen we op lange termijn onze beschaving ten gronde richten. Kijk wat er nu gebeurt in Syrie en Irak, de bakermat van de beschaving.

Eigenlijk zijn de overtollige ganzen en de verdwijnende weidevogels een zege. Ze hebben de discussie over landbouw en natuurbescherming weer hoog op de agenda gezet. De discussie wordt in kranten, Facebookpagina’s, televisie en andere media hevig gevoed. Helaas zal het op discussieniveau blijven.

De kern van het probleem is dat te weinig boeren zijn die te veel land moeten bewerken om voedsel te produceren. De familiebedrijven van vroeger hadden geen grote machines nodig, want die machines bestonden niet, en alles werd met het paard  en/of de hand uitgevoerd. Ze hadden geen grote trekkers die laag grondwaterpeil nodig hebben, anders zakten ze door de modder. Ze hadden minder koeien, want melk was één van de producten van de boerderij, samen met groenten, fruit, akkergewassen.

Het was een grote familie, met veel handen die het land moest bewerken.

We zullen niet terug gaan naar die tijd. Maar de melkveebedrijven van nu horen eigenlijk ook bij een grote familie: de familie van Friesland-Campina bijvoorbeeld, of de Rabobank familie. Het zou toch geweldig zijn als het personeel hiervan, naar de boeren zouden gaan om te helpen, buiten fitnessen met hark, zeis en vork. Hoeft de boer met de zware trekker het land niet op, dan kan het waterpijl omhoog en zou het gebrek aan beweging van het kantoorpersoneel compenseren. En bovendien een nuttige vorm van team building.

 

Geef een reactie