Groen dak


Een aantal jaren geleden moesten onze fietsen en ander onderdak hebben. Het oude fietshok was aan het verrotten, dus heb ik een schuur van hout gebouwd, met een groen dak.

De hele schuur is met Larix planken gebouwd, het dak ook, de planken van het dak liggen op dwarsbalken en zijn bedekt met rubberfolie. Op het folie heb ik een dun laagje zand/grond gelegd en stukjes sedum soorten erin gestrooid.

Na meer dan 10 jaar wordt het eens tijd om te kijken wat op het dak groeit. Gelukkig is het dak makkelijk te bereiken via de badkamer, dan is het geen straf om op het dak tussen de sedum planten te liggen en te inventariseren.

Planten

Het is een groen tapijt waar de zonnige plekken gedomineerd zijn door wit vetkruid (Sedum album), terwijl in de vochtigere en schaduwrijkere zones het roze vetkruid (Sedum spurium) het het meest voor het zeggen heeft. Tussen deze twee zit er een plantje van de steenbreek soort Saxifraga crustata.

 

Roze vetkruid (Sedum spurium)

Rozet van Saxifraga crustata

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Planten zijn niet de enige bewoners van het dak, mossen en korstmossen hebben inmiddels een flink deel van het dak begroeid, ook zijn ze minder opvallend dan de vetplanten.

 

Andere zuurstofproducenten

De familie van de korstmossen is met 2 prachtige soorten aanwezig.
Het kleine leermos (Peltigera rufescens), leerachtig bruin grijs korstmos met roodbruin apothecien is vrijwel onopvallend tussen de vetplanten, maar bekeken door de loep is het een waar kunstwerk! De tweede soort is totaal anders, uit het groene thallus reizen grijs-groene bekers omhoog, dit is het kopjes-bekermos (Cladonia fimbriata). Eigenlijk lijken de bekers meer op trompetten.

 

Klein leermos (Peltigera rufescens)

Mossen, korstmossen en sedum plantjes……het Madurodam van de bosweide.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mossen

Waar korstmossen een grote variatie aan kleuren vertonen, zijn mossen integendeel meestal groen, dat maakt de determinatie ingewikkelder….Enkelen van die mossen heb ik dan (nog) geen naam kunnen geven.
Een van de meeste voorkomende mossen is het gewone dikkopmos (Brachithecium rutabulum), op het dak ook heel algemeen. Waar het regenwater langer blijft hangen kom je het gewone puntmos (Calliergonella cuspidatum) tegen. Het echte zandhaarmos (Polytrichum juniperinum var juniperinum) zit hoog op een bultje want hij houdt niet van natte voeten. Net als het boomsterretje (Syntrichia laevipila), die normaal op schors zit maar hier de drogere plekken opzoekt. De kussentjes van muurdubbeltandmos (Dydimodon vinealis) krijgen bij droog weer een bruine gloed. Een als laatste een van de algemeenste mossen van het land, het gewone pluisdraadmos (Amblystegium serpens).

 

Lopende en vliegende wezens

Dit is de ideale biotoop voor de wegmier (Lasius niger), droog en genoeg vegetatie om in te jagen en te schuilen. Maar op het dak kun je als wegmier niet graven, niet genoeg zand en dus kun je geen nest bouwen. Maar creatief zoals ze zijn, hebben ze een oplossing gevonden: gewoon een nest bouwen tussen de plooien van de rubberfolie. De harlekijspin (Salticus scenicus) aan het jagen tussen de sedum planten roept bij mij eens een vraag op: hoe zouden ze, de kleine diertjes, de wereld zien? Wellicht beleven ze het wandelen tussen de mini plantjes net als we het wandelen in het bos beleven, wel met andere doelen natuurlijk…

 

 

Steenrode heidelibel

Steenhommel en wegmier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens het “dakwerk” werd ik vergezeld door een mooi vrouwtje steenrode heidelibel (Sympetrum vulgatum). Op de bloemen van de roze vetplant kwam telkens een steenhommel (Bombus lapidarius) op bezoek. De mieren die op de bloemsteel lekker luizenpoep aan het zuipen waren vonden die enorme herriemakende hommel niet echt prettig en vielen hem steeds aan, waardoor hij steeds sneller van bloem naar bloem huppelde en dan zwaar geïrriteerd de luchtruimte koos.
Het zonnige dak is ook een geliefde plek voor meerdere soorten vliegen en zweefvliegen.
Opmerkelijk is dat elke dag, bij mooi weer, om een uur of 6  ’s middags ongeveer, telkens een atalanta rondom het dak in de zon gaat hangen. Totdat er een andere atalanta verschijnt, dan is het  met ze tweeën dansen in de lucht, ehmm…ruziën  bedoel ik. Is dit haar territorium?
Mede door het feit dat we soms oud brood en kruimels op het dak gooien, is het een speeltuin geworden voor een grote groep mussen. Maar merels, koolmezen, pimpelmezen, roodborstjes, eksters en wel eens roeken komen ook even langs. Het spelkwartier van de vogels wordt dan door de kat van de buren bruut beëindigd.

Tot  slot

De voordelen van een groen dak zijn overduidelijk. Het is een biotoop voor vele soorten, bovendien het tapijt aan mossen en vetplanten neemt koolstofdioxide op en produceert het hele jaar door zuurstof, zorgt voor isolatie en verkoeling. En… last but not least, het is mooi en je kan er lekker op gaan liggen…

Een vet cool dak!

Geef een reactie