Het Bos van Wigeri

Het Bos van Wigeri

Duizenden paarse trompetten versieren op dit moment het Bos van Wigeri in Wolvega, het zijn allemaal bloemen van de vingerhelmbloem (Corydalis solida). Het is een jaarlijks stinsenfestijn in dit kleine, maar charmante bos in het centrum van het dorp.

Prachtig, die voorjaarsbloei van het “vogeltje op ’t krukje”. Maar eigenlijk is het het hele jaar door een boeiend bos, door de grote bomen en de, met een beetje fantasie, bijna oerwoudachtige uitstraling (heb nog nooit een echt oerwoud gezien, helaas te laat in de geschiedenis geboren…). Dit bos is een overblijfsel van de vroegere groene glorie. Een oud bos dus, die qua bosgemeenschap in grote lijnen overeen komt met het droge wintereik- beukenbos-met klimop (subassociatie hederetosum) ( van der Werff 1991) en deels met dezelfde bosgemeenschap maar dan met hulst. Gelegen in het centrum van het dorp, kan het niet anders zijn dat de menselijke invloed heel sterk is. Met name bemesting door honden, aangezien het feit dat dit bosje door bewoners als hondentoilet wordt gebruikt😠

Het spel van de schaduw

Zomereik, zomerlinde, es, gewone esdoorn, beuk, een enkele berk, een haagbeuk en een tamme kastanje zijn de beeldbepalende boomsoorten. Interessant om te zien zijn de interacties tussen de verschillende soorten, mat name de strijd tussen de twee dominante soorten, zomereik en beuk. Normaal gesproken is de beuk door zijn schaduwtolerantie degene die op termijn aan de langste touw trekt. Maar de schaduwtolerantie van de beuk heeft ook een grens. Een grote, gezonde eik, soms met hulp van andere soortgenoten, kan de brutaliteit van de beuk voor lange tijd in toom houden. De enige zomerlinde is dan ook meteen het mooiste boom in dit bos. Met zijn brede kroon eist hij met autoriteit zijn ruimte en zelfs de beuk buigt voor de krachtige en elegante linde. De gewone esdoorn lijkt hier bescheiden en groeit naast andere soorten zonder duwen en trekken. Deze soort heeft een vrij groot schaduwtolerantie, maar hiermee gaat hij niet het baasje spelen in het bos. De tweede-laag spelers, zoals haagbeuk en veldesdoorn hebben een grote flexibiliteit en passen ze zich aan. Ze kunnen prima groeien in de schaduw van de grote jongens, maar ze kunnen ook volledig genieten van een zonnige plek.

 

 

Links de zomereik, rechts de zomerlinde en in het midden de gewone esdoorn, deze soorten tonen hier respect voor elkaar, gewoon goede buren.
Van links naar rechts: eik, beuk, beuk en eik. De kleinere beuk groeit onverstoorbaar door tussen de grote eik en de grote beuk, terwijl de kleinere eik helemaal naar rechts moet buigen onder de schaduw van de beuk. Het verschil in schaduwtolerantie….

 

 

 

 

De enorme zomereik (links) laat de beuk (rechts) niet boven haar groeien…voor hoe lang?
Hoog in de boomkroon heeft elke boom zijn eigen ruimte, tekeningen van de “Tree Shyness”?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kruidlaag

Het bos is ongeveer 1 hectare groot en we kunnen hem in twee delen scheiden, het klimop-bosje en het hulst-bosje. Aan de noordkant, bij de ingang heeft het bos een stinsen-karakter, hier groeit massaal de vingerhelmbloem, samen met zevenblad, fluitenkruid, speenkruid, enkele kraailook en klimop. Later in het jaar verschijnen hier honderden planten van klein springzaad. Dit is dus het klimopbosje. Soorten met een snel verterend bladstrooisel zoals es, gewone esdoorn, haagbeuk en de grote linde voeren hier de boventoon en dat is terug te zien in de bodem. De zuurgraad van de bodem onder de linde is Ph 5,5, vrij zuur, onder de essen en esdoorn Ph 8,3, basic, onder de haagbeuk 6,8, bijna neutraal. Hier groeien duidelijk de meeste kruiden.

Spectaculaire bloei van de vingerhelmbloem.
De klein springzaad in de zomer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De grote hulsten zorgen voor een groen winterbeeld. Dit deel van het bos heeft een schralere kruidlaag en hierin zijn eiken en beuken de dominante bomen. Het traag verterende strooisel vertaald zich in een zuurgraad van Ph 4,7 onder een eik, een zuur strooiselpakket dus. De vingerhelmbloem is hier sporadisch en groeit samen met speenkruid meestal onder de haagbeuk en/of gewone esdoorn, of langs het schelpenpad. Een sober beeld dus, maar hierdoor oogt het bos meer natuurlijk.

Opvallend is de afwezigheid van paddenstoelen, ooit werd er de gekraagde aardster gevonden, maar die is al geruime tijd verdwenen. Een bos zoals dit zou veel soorten kunnen hebben, met name mycorrhiza van eik en beuk. Wellicht houden paddenstoelen niet van hondentoiletten…

Beheer

Tenslotte het beheer. Het feit dat het bos nog bestaat is al een reden om positief te zijn. En hij is in zijn geheel redelijk met rust gelaten. Afgelopen winter zijn hier toch meerdere bomen gekapt, met name essen, en is het schelpenpad verhoogd en verbreed. Om dit te doen zijn de beheerders door het bos gereden met grof materieel. Een deel van de groeiplaats van de vingerhelmbloem is vernield door zware insporing.

Jammer dat het zo moet, de zware machines hebben een dikke wond achtergelaten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ondanks de mishandelingen en de hondendrollen is het een prachtig bos, waar de natuur weer zijn weerkracht toont.

 

 

 

 

Geef een reactie