Natuurlijke bosontwikkeling


Al meerdere jaren volg ik een voormalige stortplaats in Wolvega. De ontwikkelingen in dit braakliggende terrein zijn zeer spannend. Eerder heb ik een verslag gemaakt over de daar voorkomende biodiversiteit. http://antroponatura.com/2015/10/de-natuur-neemt-het-over-stortplaats-in-wolvega/

Nu, in de winter, zijn de planten in winterrust, dus zou je denken…. niet zo veel te beleven.  Maar koning winter heeft zijn charme, ook in deze stortplaats. De bladeren zijn uit de bomen gevallen, dan wordt juist het “skelet” van de bomen, of beter, van het jonge bos zichtbaar. Het mooie van dit gebied is de totale afwezigheid van welk beheer dan ook. Hier wordt het niet gemaaid, gezaagd of geplaagd. Het enige beheer van betekenis is die van een stelletje konijnen die het gebied lokaal open begrazen en door het graven dynamisch houden. Helaas zijn er ook sporen van mensen in de vorm van blikjes, resten van vuurwerk en andere rommel.

Door afwezigheid van beheer kan de vegetatie zich ongestoord ontwikkelen.

Samenstelling bomen en struiken

Een inventarisatie van het aantal van elke soort houtige gewassen heeft deze lijst opgeleverd:

  • 188 Zomereiken, Quercus robur
  • 12   Canadapopulieren, Populus x canadensis
  • 2    Zwarte balsempopulieren, Populus trichocarpa
  • 3    Schietwilgen, Salix Alba
  • 41  Berken, Betula pendula en Betula pubescens
  • 18  Boswilgen, Salix caprea
  • 23 Grauwe en Geoorde wilgen, Salix cinerea en Salix aurita
  • 2   Gladde Iepen, Ulmus minor
  • 1   Zoete kers, Prunus avium
  • 1   Gewone esdoorn, Acer pseudoplatanus
  • 2   Vogelkers, Prunus avium
  • 4   Eenstijlige meidoorn, Crataegus monogyna
  • 11  Gewone vlier, Sambucus nigra
  • 4  Sleedoorn, Prunus spinosa
  • 2  Lijsterbes, Sorbus aucuparia
  • 2  Hondsroos, Rosa canina
  • 1  Vlinderstruik, Buddleia davidii

Deze stortplaats is ongeveer 10 jaar geleden ontstaan. Vanaf die tijd is de successie begonnen van pioniervegetatie naar bos. De pioniersfase is nog niet voorbij, maar de eerste tekenen van het toekomstige bos dat er zal komen zijn nu al zichtbaar.

 

Dit was de stortplaats in April 2010. De begroeiing is nog heel schraal.

Na 4 jaar zijn de eerste bomen zichtbaar. Juli 2014, de stortplaats staat volop in bloei

 

 

 

 

 

 

 

 

April 2010

 

januari 2017.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Het dualisme gaai-eik

Jonge eiken zijn in de meerderheid en al beeldbepalend. In tegenstelling tot andere soorten, worden de eiken niet door de wind verspreid maar door de gaai.  Dit is een mooie vorm van dualisme, waarmee beide soorten hun voordeel halen. De eikels worden van de moederboom opgepikt en elders op een diepte van 4 cm ingegraven. De gaai doet dat om een wintervoedselvoorraad te hebben. Lang niet alle ingegraven eikels worden teruggevonden en opgegeten. De vergeten eikels gaan kiemen en zo ontstaan nieuwe jonge eiken. Ver van de moederboom hebben de bomenkinderen alle ruimte om te groeien, voor een soort die weinig schaduw verdraagt is dat heel fijn.

De gaai is een beste bosbouwer, de jonge bomen zijn verspreid over het hele terrein, soms in groepen, soms alleen en ver van elkaar. Vaak zie je de zogenaamde twin trees, twee eiken die samen groeien. Het lijkt erop dat de vogel een bepaald patroon volgt om het risico van beroving door andere dieren zo veel mogelijk te spreiden. Dit soort terreinen zijn in het begin ook ideaal om de eikels in te graven, open en met een schrale begroeiing. Naar  mate de vegetatie zich ontwikkelt wordt het steeds moelijker voor de gaai om er geschikte plekken te vinden. De schaduwmijdende eik zal het hoe dan ook niet redden in de hoge ruigte.

 

Het jonge eikenbos begint vorm te krijgen.

Op de hellingen groeien eiken samen met berken en wilgen, deze snelle jongens hebben al een aardig formaat bereikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De basis voor het nieuwe bos is gelegd, met de jaren zullen de bomen steeds meer de vegetatie beïnvloeden, met hun schaduw en blad strooisel. Een nieuwe fase is aangebroken, nieuwe soorten zullen volgen.

Verbossing?

Dit gebiedje kenmerkt zich in de zomer door zijn uitbundige bloeiende graslanden en hellingen. Zou hieraan het bos uiteindelijke een einde aan kunnen maken?

We kunnen deze kleine wildernis verdelen in 4 zones:

  1. Randen met wilgenstruweel: de zandbulten aan de zuid en noord rand zijn al behoorlijke bossig, snelle groeiers zoals wilgen en berken zijn hier dominant.
  2. Westelijke ruigte: de ruige vegetatie van dit vlakke gedeelte bestaat grotendeels uit distels, bramen, grote zegges en grassen. Maar hier zijn in het begin door de gaai ook veel eikels ingegraven. De dan uitgekiemde boompjes steken nu boven de ruigte uit en zullen dan steeds meer hun stempel op de vegetatie drukken.
  3. Harde oprit: tijdens het storten hebben de vrachtwagens een harde zandweg gemaakt. Hier is de vegetatie  laag, schraal en vaak bloemrijk
  4. Stenen bulten: door de droge, harde ondergrond kunnen hier weinig bomen groeien, in de zomer is het hier heel bloemrijk met slangenkruid, wilde peen en veel meer.

Op de vraag of door de verbossing de bloemrijke gedeelten zullen verdwijnen is mijn antwoord nee. Althans op medio termijn. De gebieden 3 en 4 zijn na 10 jaar nog steeds vrijwel bomenvrij en dus moeilijk te koloniseren door houtige gewassen.

Tot slot

In volledig onnatuurlijke omstandigheden is hier een volledig natuurlijk proces gaande. Eigenlijk bestaan voor de natuur geen onnatuurlijke omstandigheden. Als er kansen zijn, zal zij die volledige benutten.

 

 

 

 

 

Geef een reactie