Steegje geheimen…planten.


Als je door omstandigheden niet veel verder kan dan je eigen buurt, dan kan je interesse zich op die buurt richten.
Het is een kwestie van focussen….

De steegjes bijvoorbeeld, het zijn kleine weggetjes van stoeptegels tussen 2 rijen woningen die vaak ingeklemd zijn tussen hagen, schuren of schuttingen. Het onderhoud is hier vaak “losser” dan de aangrenzende tuinen en het stenige en beschutte milieu biedt vestigingsplaats aan verschillende soorten dieren en planten.
Achter onze tuin loopt ook een zo’n steegje, door de vele wandelingen in “slow motion” met krukken kon ik op bepaalde details letten die ik anders in haast over het hoofd zou zien.

 

Het steegje

Canadese fijnstraal en de uitstaande vetmuur

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrije wereld

Planten vinden hun weg overal waar er kansen zijn, in de steeg wordt er regelmatig gelopen, gefietst en wel eens aan de randen geschoffeld. De meeste planten aan de randen zijn pioniers en in het midden tussen de stoeptegels treedplanten. Hoe de steeg eruit ziet zegt ook over wat voor mensen er in de aangrenzende huizen wonen. Het is een buurt waar nogal wat pensionados wonen, die hebben vaak veel tijd en steken die dan in het onderhoud van een tuin dat er “picobello” (pseudo Italiaans woord…) uit moet zien.  Maar omdat het steegje niet als visitekaartje geldt en bovendien een gemeenschappelijk gebied is, kunnen de “spontane” vegetaties zich hier en daar nog enige tijd zich ongestoord ontwikkelen. Spontane tussen haakjes… want veel van de planten zijn de zogenaamde “escape” soorten die via tuinen hun weg vinden naar de vrij wereld van de steeg.

Miniplantjes

De bosaandoorn (Stachys sylvatica), het grote heksenkruid (Circaea lutetiana), het gele nagelkruid (Geum urbanum) en de struisvaren (Matteuccia struthiopteris) zijn bijvoorbeeld ontsnapt uit mijn eigen tuin. Echt wild is het sierlijke maarts viooltje (Viola odorata) en het driekleurige viooltje (Viola tricolor). De  eerste in de schaduw van een haag, de tweede in een zonnige plek tussen de stoeptegels.
Paardenbloem (Tarassacum officinalis), robertskruid (Geranuim robertianum), Hondsraaf (Glechoma hederacea), gewone hennepnetel (Galeopsis tetrahit) ridderzuring (Rumex obtusifolium), glad waalstro (Galium mollugo), gewone melkdistel (Sonchus oleraceus), persikkruid (Persicaria maculosa) en het zevenblad (Aegopodium podagaria) profiteren van de smalle tegelvrije randen. De bergbasterdwederijk (Epilobium montanum) is wat minder kieskeurig en gedijt ook tussen de tegels, nog meer liefhebbers van de voegen tussen de stenen is het varkensgras (Polygonum aviculare), de gewone hoornbloem (Cerastium fontanum subsp. vulgaris), maar vooral het roze vetkruid ( Sedum spurium).
Waar droogte en betreding het moeilijk maakt voor de meeste soorten, voelt het miniplantje liggende vetmuur (Sagina procumbens) zich helemaal thuis. Haar zusje, de uitstaande vetmuur (Sagina micropetala) verkiest meer de randen van het tegelpad . Erg klein is ook de vroegeling (Erophila verna), nu al klaar met haar voortplanting en afgestorven. Iets groter dan de Sagina’s is de akker ereprijs (Veronica agrestis) en de kleine veldkers (Cardamine hirsuta), beide aan het verdorren en met zaad klaar om te vallen.

 

Hierbij dacht ik eerst aan Veronica verna, de zeer zeldzaame kleine ereprijs.

Pas onder de microscoop bleek het toch de akkerereprijs te zijn. Een superklein insect kwam ook aan het licht…soort luis?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

Hierboven de twee mooisten van de steeg, maarts viooltje en driekleurig viooltje

 

 

 

Amerikanen

Het multiculturele karakter van de buurt weerspiegelt zich in de vegetatie, twee Amerikanen zijn nadrukkelijk aanwezig in de steeg, de stijve klaverzuring (Oxalis stricta) en de veel grotere canadese fijnstraal (Conyzia canadensis). De Aziatische schijnaardbei (Potentilla indica), met zijn nep-aardbeien voelt zich ook goed in de steeg, terwijl de andere Aziaat, de reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera), hier niet echt vaste voeten aan de grond krijgt, het is waarschijnlijk te droog voor de dorstige reus.
Escape soort is ook het kruipklokje (Campanula poscharskyana) waar de grote klokjesbij (Cheilostoma rapunculi) regelmatig op bezoek komt. Of een roze akelei (Aquilegia vulgaris x …..?) , deze plant wordt meestal door hommels bestoven, maar omdat het nectar diep in de sporen van de bloemen zit, bijten de hommels gewoon een gaatje in de diepe sporen en zuigen zo het goedje eruit! Dit was goed te zien, hoewel sommige hommels en honigbijen er wel netjes naarbinnen kropen zodat de bestuiving plaats kon vinden.

Volhouders

Grassen ontbreken natuurlijk niet, het kleine straatgras (Poa annua), het gewone struisgras (Agrostis capillaris) en het rode zwenkgras (Festuca rubra) vertegenwoordigen de familie der Poaceae. Tussen de voegen van de stoeptegels, waar er geen intensieve betreding plaatsvindt groeien ook  kleine kiemplantjes van ruwe berk (Betula pendula), vlinderstruik(Buddleja davidii) en teunisbloem (Oenothera ssp.), deze planten zullen nooit de kans krijgen om tot volwassen plant te groeien, maar ze zullen toch het blijven proberen!

Ruim 30 soorten hebben hun plek gevonden in de steeg, ze hebben het niet makkelijk, droogte, betreding en netheid syndromen van bewoners maken van dit biotoop een ware survivalbaan.
De steeg is niet een plek voor fijnproevers, maar voor de die hards onder de plantenwereld!

 

Geef een reactie